Stuk in de trein

Leestijd: 2 minuten

Het was een oude trein van De Deutsche Bundesbahn. De coupe was benauwd en druk. Van de zes plaatsen waren er vijf bezet. Op de zesde stond een grote rode koffer. Het was een gemêleerd gezelschap. In de hoek zat een wat oudere vrouw gekleed in paarsblauwe rok met daarboven een paarse blouse. Naast haar een jongen van een jaar of dertien met een IPod op het hoofd die ondertussen met een Nintendo spelletje aan het spelen was.

Schuin tegenover hem zat een meisje met blond lang haar, blauwe ogen en een mooi gezicht. Onopgemaakt. Ze droeg een lange zwarte jas en was een boek aan het lezen. Hij probeerde te kijken wat voor boek het was, ‘Huis Clos’ van Sartre. Zijn lievelingsboek. Waar in het boek zou ze zijn?

Hij keek haar nog eens iets nauwkeuriger aan. Hij zag dat ze een kuiltje had in haar linkerwang. Hij vroeg zich nu ook af, wie ze was, wat deed ze? Ging ze nog naar school of werkte ze al. Hij zat opeens boordevol vragen.
Ze keek over haar boek heen in zijn richting. Had ze hem zien kijken? Hij durfde nauwelijks terug te kijken maar probeerde toch een glimlach te produceren. Ze was al weer verzonken in haar boek. Hij kon haar echter niet meer loslaten.

Lees “Stuk in de trein” verder

Gedachtenkronkels

Leestijd: 2 minuten

Het was lang geleden dat hij daar geweest was. Nu hij voor het eerst na lange tijd voor de deur stond voelde hij zicht toch wat ongemakkelijk. Hoe zou hij ontvangen worden, wat zou ze zeggen? Het was zeven jaar geleden. Plotseling kwam er een eind aan. Een verhouding van drie en een half jaar afgelopen. Hij had er opeens genoeg van en besloot zich daar nooit meer te laten zien. Waarom hij er dan nu weer was? Hij wist het zelf niet helemaal. Hij wist alleen maar dat hij er weer stond. De dag was verlopen net zoals alle dagen de afgelopen zeven jaar. Hij was om zeven uur opgestaan, had een boterham met ham gegeten, een kop koffie en één banaan. Half negen stapte hij in de auto om naar zijn baan te rijden. Alleen, hij was er nooit aangekomen.

Ik ben er al eerder geweest, wanneer precies weet ik niet maar ik weet zeker dat ik er eerder was. Toen ik uit de trein kwam een bekende geur mij tegemoet die ik niet thuis kon brengen maar waarvan ik wist dat ik hem eerder geroken had. Het was een vrij druk station oud ook Het leek wel of er jaren niet aan was gedaan. De verf was afgebladderd en de hal was ook vrij smerig. Overal lagen etensresten en lege papiertjes. Ik had twee keuzes. Ik kon links en rechts een hal. Voor welke kant moest ik kiezen? Waar was de uitgang? Laat ik maar voor de rechter kiezen. Rechts is de meest gekozen keuze.

Mij maakt het niet uit dat je vandaag al weggaat. Al ging je nu, het maakt me niets uit.’ Het kwam er onbedoeld nogal kwaad uit. Ze had het niet zo bedoeld maar ze moest toch kwijt dat het haar niets deed. De kwaadheid was ze allang voorbij. Toen zij het voor het eerst hoorde, toen was ze kwaad geweest, wilde ze met de deuren slaan hem raken waar ze maar raken kom maar nu was ze die kwaadheid al weer kwijt. Wat nu rest is onverschilligheid..

Hallo is daar iemand? Vanuit de keuken kwam een gesmoord geluid waar niet duidelijk uit naar voren kwam of er nou werklelijk iemand was of dat het een van de dieren was. Hij liep langzaam verder de krappe hal in en stootte daarbij nog een van de twee hondenbeeldjes om die daar de wacht hielden..De deur van de keuken stond open maar er was niemand te zien in de deuropening en toch had hij hier het geluid vandaan horen komen?Hij keek verder de keuken en zag haar daar op de grond liggen.

Het was erg warm. Hij stond al puffend op de hoek van de straat te wachten tot de jongen hem zou vertellen dat het gebeurd was. Het duurde langer dan hij gedacht had en dat terwijl hij er toch zo snel mogelijk vanaf wilde zijn. ‘Waarom kwam die nou niet?’ Het was een vrij drukke kruising. Vier stoplichten zorgen ervoor dat niet alle auto’s op elkaar botsten.