Categorie: Verhalen

  • Jood van beroep

    Een jodensterMijn naam is David Levi, Jood van beroep. Mijn vader leeft niet meer. Hij heeft gedaan wat de Nazi’s in de tweede wereldoorlog niet met hem gedaan hebben. Hij heeft zich vergast. Heel ouderwets in de garage. Afgesloten auto met een kleine ruimte voor een slang met koolmonoxide rechtstreeks vanuit de uitlaat.

    Ik ben geen Jood. De naam Levi is van mijn vader. Mijn moeder komt uit Oost-Groningen.

    Vanavond heb ik weer een optreden op televisie bij een talkshow.

  • De brief

    een handgeschreven brief‘Doe je wel die brief op de bus?’ Ik keek haar nog even aan en zei, ‘ja natuurlijk’ terwijl ik zeker wist dat ik die brief nooit op de post zou doen. Ik pakte de brief van de tafel. De blauwe regenjas die ik aan had willen doen kon ik zo snel niet vinden dus liep ik uiteindelijk maar zonder jas de deur uit.

  • Hallo Olga

    Hallo Olga,

    Weet je nog mijn laatste brief? Waarschijnlijk niet en misschien weet je ook al lang niet meer wie ik ben. Ik was die jongen die jou zo leuk vond. Toen, het moet nu zo’n twintig jaar geleden zijn.
    Waar je nu bent weet ik niet en hoe je nu bent al evenmin maar toch wil ik je een brief schrijven. De brief zal gaan over vroeger en over nu. Vooral over nu want wie ik vroeger was weet ik soms niet meer.

    Ik ben nu moe. Morgen beloof ik je zal ik weer verder schrijven aan je brief…

  • Ontmoeten

    ‘hoe gaat het vandaag?’ Hij schrok op uit zijn gedachten en zag een lange man tegenover hem staan in een blauwe regenjas. De man kwam hem niet bekend voor maar omdat hij niet onbeleefd wilde zijn zei hij toch, ‘gaat wel’. ‘Gaat wel, waarom gaat wel?’ sprak de man. ‘Vanwaar die interesse, ken ik u?’ ‘Jazeker.’
    Hij dacht even na maar kon werkelijk niet bedenken waarvan hij de man zou kennen. Hij wilde weglopen maar de man liep hem achterna.

  • Het tuinhek van vroeger

    tuinhek

    Het was bijna vijf uur en hij wist dat zijn vader zo zou komen en dat hij dan klaar moest staan om het tuinhek open te doen. Hij liep al naar de tuin over het grindpad. Uit de verte hoorde hij  een fiets aankomen. De fiets kraakte en het leek  er op dat de banden wat aanliepen. Dat was dus nog niet zijn vader want diens fiets werd uitzonderlijk goed onderhouden.

  • Het weer doet wat met je.

    Het weer is slecht vandaag, het waait, het regent en het is koud. De mensen in de stad lopen gehaast alsof ze door hun snelheid de kou kunnen ontlopen.
    De rekken en uitstalling van de winkels zijn nat en worden af en toe afgedekt met zeil maar meestal snel binnengehaald. De entree van de winkel wordt er niet ruimer door.

    Paraplu’s zijn nu niet echt een oplossing. De wind komt onder eronder en de plu waait stuk. Het wordt desalniettemin wel geprobeerd. Een jongen probeert manmoedig zijn plu tegen de wind in heel te houden.

    (meer…)

  • Stuk in de trein

    Het was een oude trein van De Deutsche Bundesbahn. De coupe was benauwd en druk. Van de zes plaatsen waren er vijf bezet. Op de zesde stond een grote rode koffer. Het was een gemêleerd gezelschap. In de hoek zat een wat oudere vrouw gekleed in paarsblauwe rok met daarboven een paarse blouse. Naast haar een jongen van een jaar of dertien met een IPod op het hoofd die ondertussen met een Nintendo spelletje aan het spelen was.

    Schuin tegenover hem zat een meisje met blond lang haar, blauwe ogen en een mooi gezicht. Onopgemaakt. Ze droeg een lange zwarte jas en was een boek aan het lezen. Hij probeerde te kijken wat voor boek het was, ‘Huis Clos’ van Sartre. Zijn lievelingsboek. Waar in het boek zou ze zijn?

    Hij keek haar nog eens iets nauwkeuriger aan. Hij zag dat ze een kuiltje had in haar linkerwang. Hij vroeg zich nu ook af, wie ze was, wat deed ze? Ging ze nog naar school of werkte ze al. Hij zat opeens boordevol vragen.
    Ze keek over haar boek heen in zijn richting. Had ze hem zien kijken? Hij durfde nauwelijks terug te kijken maar probeerde toch een glimlach te produceren. Ze was al weer verzonken in haar boek. Hij kon haar echter niet meer loslaten.

    (meer…)

  • Gedachtenkronkels

    Het was lang geleden dat hij daar geweest was. Nu hij voor het eerst na lange tijd voor de deur stond voelde hij zicht toch wat ongemakkelijk. Hoe zou hij ontvangen worden, wat zou ze zeggen? Het was zeven jaar geleden. Plotseling kwam er een eind aan. Een verhouding van drie en een half jaar afgelopen. Hij had er opeens genoeg van en besloot zich daar nooit meer te laten zien. Waarom hij er dan nu weer was? Hij wist het zelf niet helemaal. Hij wist alleen maar dat hij er weer stond. De dag was verlopen net zoals alle dagen de afgelopen zeven jaar. Hij was om zeven uur opgestaan, had een boterham met ham gegeten, een kop koffie en één banaan. Half negen stapte hij in de auto om naar zijn baan te rijden. Alleen, hij was er nooit aangekomen.

    Ik ben er al eerder geweest, wanneer precies weet ik niet maar ik weet zeker dat ik er eerder was. Toen ik uit de trein kwam een bekende geur mij tegemoet die ik niet thuis kon brengen maar waarvan ik wist dat ik hem eerder geroken had. Het was een vrij druk station oud ook Het leek wel of er jaren niet aan was gedaan. De verf was afgebladderd en de hal was ook vrij smerig. Overal lagen etensresten en lege papiertjes. Ik had twee keuzes. Ik kon links en rechts een hal. Voor welke kant moest ik kiezen? Waar was de uitgang? Laat ik maar voor de rechter kiezen. Rechts is de meest gekozen keuze.

    Mij maakt het niet uit dat je vandaag al weggaat. Al ging je nu, het maakt me niets uit.’ Het kwam er onbedoeld nogal kwaad uit. Ze had het niet zo bedoeld maar ze moest toch kwijt dat het haar niets deed. De kwaadheid was ze allang voorbij. Toen zij het voor het eerst hoorde, toen was ze kwaad geweest, wilde ze met de deuren slaan hem raken waar ze maar raken kom maar nu was ze die kwaadheid al weer kwijt. Wat nu rest is onverschilligheid..

    Hallo is daar iemand? Vanuit de keuken kwam een gesmoord geluid waar niet duidelijk uit naar voren kwam of er nou werklelijk iemand was of dat het een van de dieren was. Hij liep langzaam verder de krappe hal in en stootte daarbij nog een van de twee hondenbeeldjes om die daar de wacht hielden..De deur van de keuken stond open maar er was niemand te zien in de deuropening en toch had hij hier het geluid vandaan horen komen?Hij keek verder de keuken en zag haar daar op de grond liggen.

    Het was erg warm. Hij stond al puffend op de hoek van de straat te wachten tot de jongen hem zou vertellen dat het gebeurd was. Het duurde langer dan hij gedacht had en dat terwijl hij er toch zo snel mogelijk vanaf wilde zijn. ‘Waarom kwam die nou niet?’ Het was een vrij drukke kruising. Vier stoplichten zorgen ervoor dat niet alle auto’s op elkaar botsten.