Nieuwe kansen 21 november 2014

Het kan snel gaan. Terwijl ik dacht aan afscheid nemen bij mijn werk blijken zich opeens nieuwe kansen aan te dienen. Er is dus een kleine kans dat ik toch bij de gemeente mag blijven werken. Niets is zeker. De gemeente moet er wel van overtuigd dat ik nodig ben, niet te duur en dat ik het kan.

18 november 2014 Een kleine kans?

Weer veel te vroeg wakker geworden. Ik maak me wel heel erg druk over het werk. Is er nog een kleine kans dat ik kan blijven of is het na 31 december echt voorbij bij de gemeente? Zelf denk ik dat het niet goed zal gaan maar ik weet nu zeker nog niet meer. Wat ik me ook afvraag is hoe ik zal reageren als ik hoor dat ik niet, en dat Marianne wel mag blijven. Graag zou ik dat graag heel rustig willen aanhoren maar ik denk dat ik in plaats daarvan echt met weglopen en ergens hard moet gaan zitten schelden en huilen. Lukt het me dan wel om daar nog te blijven tot eind van dit jaar?

Vragen genoeg waar ik nu nog geen antwoord op weet. Misschien is de situatie wel heel anders dan ik me nu voorstel en willen ze toch graag dat ik nog een tijdje blijf.

17 november 2014 – Een fout gemaakt?

Slecht geslapen. De halve nacht heb ik aan een fout gedacht die ik dacht gemaakt te hebben. Hoe kan ik dat uitleggen en wat zouden de gevolgen zijn voor mijn werk bij de gemeente? Ik wilde op tijd op mijn werk zijn om het goed uit te leggen zodat ik er het minst last van zou hebben. Eenmaal op mijn werk bleek het probleem niet zo groot als ik het maakte en achteraf zelfs helemaal niet te bestaan. Het item waarvan ik dacht dat ik het had kwijt gemaakt bleek er gewoon nog te zijn.

De rest van de dag ging eigenlijk wel vrij snel en voordat ik het wist was het al weer vier uur en tijd om naar huis te gaan.

Nachtgedanken – Heinrich Heine

Heinrich HeineEen tekst die maar steeds in in mijn hoofd terug keert.

Denk’ ich an Deutschland in der Nacht,
Dann bin ich um den Schlaf gebracht,
Ich kann nicht mehr die Augen schließen.
Und meine heißen Tränen fließen.

Die Jahre kommen und vergehn!
Seit ich die Mutter nicht gesehn,
Zwölf Jahre sind schon hingegangen;
Es wächst mein Sehnen und Verlangen.

Mein Sehnen und Verlangen wächst.
Die alte Frau hat mich behext,
Ich denke immer an die alte,
Die alte Frau, die Gott erhalte!

Die alte Frau hat mich so lieb,
Und in den Briefen, die sie schrieb,
Seh ich, wie ihre Hand gezittert,
Wie tief das Mutterherz erschüttert.

Die Mutter liegt mir stets im Sinn.
Zwölf lange Jahre flossen hin,
Zwölf lange Jahre sind verflossen,
Seit ich sie nicht ans Herz geschlossen.

Deutschland hat ewigen Bestand,
Es ist ein kerngesundes Land;
Mit seinen Eichen, seinen Linden,
Werd ich es immer wiederfinden.

Nach Deutschland lechzt ich nicht so sehr,
Wenn nicht die Mutter dorten wär;
Das Vaterland wird nie verderben,
Jedoch die alte Frau kann sterben.

Seit ich das Land verlassen hab,
So viele sanken dort ins Grab,
Die ich geliebt – wenn ich sie zähle,
So will verbluten meine Seele.

Und zählen muß ich – Mit der Zahl
Schwillt immer höher meine Qual,
Mir ist, als wälzten sich die Leichen
Auf meine Brust – Gottlob! sie weichen!

Gottlob! durch meine Fenster bricht
Französisch heitres Tageslicht;
Es kommt mein Weib, schön wie der Morgen,
Und lächelt fort die deutschen Sorgen.

(Neue Gedichte, Zeitgedichte)

Vermoeiende jaardagen

Dit hele weekend hebben we ons beider verjaardagen gevierd. Met ons bedoel ik dan de verjaardag van Rianne die de achtste september jarig is, en mijn verjaardag van de zevende. Wat ik wel merk is, dat zo’n verjaardag behalve leuk ook vermoeiend. Je probeert toch voor iedereen aandacht te hebben. Ze zijn immers voor jou gekomen met cadeaus.

Gekleurde, brandende verjaardagskaarsjes

Tussen het verzorgen van de drank en het eten probeer je dan nog een goed gesprek te voeren met deze of gene. Vanwege de drukte is dat meestal onmogelijk en dus heb je aan het eind van zo’n verjaardag met niemand meer dan een aantal woorden gesproken.