Ademschommel

Afgelopen week heb ik het boek Ademschommel uitgelezen. Een boek van de Roemeens- Duitse Nobelprijswinnares Hertha Muller. Is het een goed boek? Ja. Is het een makkelijk boek? Nee.

Het boek is geschreven naar aanleiding van een ware gebeurtenis. Aan het eind van de 2e wereldoorlog werden allle Duits- Roemenen naar Rusland gestuurd om daar te werken bij de wederopbouw van Rusland. Zo ook de zeventienjarige homofiele Leo.

Hij gaat aanvankelijk enthousiast weg.  Hij gaat wat meemaken! Maar hij zal terugkomen. Zijn oma zegt hem Ik weet dat je thuiskomt. Deze zin draagt hij de hele vijf jaren dat hij weg is met zich mee.

De kampen waarin hij terecht komen vallen tegen. Hij lijdt honger en doet van alles om aan de hongerengel te ontkomen door onder meer eten te ruilen met andere gevangenen. Vaak wordt er s’avonds brood geruild. Welk stuk brood is groter, kan ik mijn kleine stuk voor zijn grotere ruilen? Later blijkt altijd het eigen stuk het grootst.

Ook gaat hij met de bezittingen die hij heeft in de nabijgelegen dorpen op zoek naar mensen die hem brood geven voor zijn bezit.

Hij wil de hongerengel de baas blijven.

Tijdens zijn werkzaamheden in het werkkamp geeft hij het materiaal en de werktuigen waarmee hij werkt namen. Er zijn veel schoppen. Maar de harteschop is me het dierbaarst. Dit alles maakt dat hij het volhoudt en niet ten onder gaat aan de ontberingen.

Niet iedereen haalt het echter. Sommige mensen zakken in elkaar. Andere mensen sterven aan het eigenbelang van de ander.

Zo is er het verhaal van de man die elke dag de soep van zijn vrouw steelt. Zij accepteert en overleeft het niet.

Hij overleeft en komt terug.

Het boek mondt uit in poëtisch taalgebruik. De manier waarom Leo de instrumenten beschrijft en de manier waarop de schrijfster elke zin boetseert.

De taal als bezwering tegen de ellende?

Geef een reactie