Afrikaans

Ik ga naar Suid-Afrika van de zomer om wat vriendinnen te ontmoeten die ik hier in Nederland heb leren kennen in het café waar ze uitgingen. Ze waren allemaal als au-pair naar Nederland gekomen en nu mag ik naar
Suid-Afrika om ze weer op te zoeken.

Suid-Afrika is in op het moment. In de kranten op de televisie in de tijdschriften. Bij mij op de hogeschool is er
ook sprake van een Afrikanergekte je hoort steeds meer mensen die er of stage gaan lopen of er net geweest
zijn. wat dan meestal opvalt is ook dat iedereen de taal, het Afrikaans een zeer mooie en grappige taal vind. Ik
merkte het in mijn omgeving ook. Als ik met een van mijn Zuid-Afrikaanse vriendinnen ergens zat en de mensen
kregen in de gaten dat ze Afrikaans praatte dan werden de mensen heel nieuwsgierig naar haar. Niet alleen de
mannen maar ook de leden van het vrouwelijk geslacht begonnen opeens een heel ander gedrag te vertonen.
Opeens begonnen ze zenuwachtig te worden en begonnen hun ogen iets helderder te stralen.

Zelf ben ik ook zeer bevattelijk voor het Afrikaans. Als een van mijn Zuid-Afrikaanse vriendinnetjes mij vroeg iets
voor haar te doen kon ik niet weigeren, alleen al om de manier waarop ze het vroeg.

Ik heb het geluk gehad twee keer een Zuid-Afrikaanse vriendin gehad te hebben en echt ik wilde alles voor haar
doen zeker als zij mij de liefde verklaarde en zei;’ Ik is lief vir jou.’ Op zo’n moment kon niets me weerhouden en
wilde ik alles doen voor haar wat ze me vroeg. Zelf als het moest heel de wereld aan haar geven. De taal, ik ben verloren in de woorden, de klank is zachter, de betekenis mooier.

Steeds meer ben ik me in het Afrikaans gaan interesseren en moest ik het ook horen nu denk ik wel eens dat mijn liefde voor het Afrikaans te groot is, Ik wordt bijvoorbeeld alleen al week als ik Terry Le Blanc hoor spreken
en ik ben zelfs geneigd in hem te geloven. Nou dat zegt toch wel iets over mijn liefde voor het Afrikaans denk ik, denkt u ook niet dat ik iets te ver ga?

Het is nu al meer dan de taal ik ben bezig met Suid-Afrika. Heel vaak denk ik hoe zou het nu daar zijn,hoe warm en hoe mooi. Wat doen de mensen nu die ik daar ken?

En nu ga ik dan in juni naar dat land waar een heleboel mensen zo praten. Ik weet eigenlijk niet of ik dat wel red, misschien moet ik maar niet gaan. De illusies die ik over Suid-Afrika gekregen heb niet vernielen. Het zal
vast niet zo mooi en prachtig zijn als ik nu wel denk en de mensen zullen na een week wel gaan tegenvallen.
Maar stel nu dat het wel. Dat het alles is waar ik van gedroomd heb, wat dan? Wil ik dan ooit nog wel weg en waar kom ik dan terecht met mijn verlopen toeristenvisum en m’n idealen van altijd Suid-Afrika?

Ik moet gaan om te zien waar ik van droom. In het boek, moe nie kyk nie komt een jongetje voor dat verlangd
naar Suid-Afrika en hij vraagt zich dan af, Hoe komt het dat ik liggend onder de witte lakens verlang naar een
land wat ik nog nooit gezien heb? Ik vraag het me ook af en denk de oplossing gevonden te hebben, de taal en
de mensen die deze taal spreken.

Geef een reactie